1: Stel jezelf doelen. 

Bedenk jezelf dat het schrijven van een boek tijd kost en dat je er heel veel vrije tijd in zal steken. Dus stel jezelf doelen waar je aan wil werken, maar wel écht concrete doelen. Ik heb voor mijn manuscript als doel gesteld dat ik de eerste versie voor de kerst klaar wilde hebben, en dat is me gelukt. Met zo’n soort doelen kom je verder.

2: Schrijf waar je hart ligt. 

Schrijf, vooral tijdens je eerste verhaal, over dingen die dicht bij je liggen. Maak het niet meteen te moeilijk door je hoofdpersonage voor de FBI te laten werken, maar blijf dicht bij je eigen werk, of ander werk wat je ooit gedaan hebt. Dat is voor jou herkenbaar en veel makkelijker om over te schrijven. Niet alleen werk, geef je hoofdpersonages een liefdesobject wat zelf ook jouw type is, laat ze alleen het soort eten lusten dat je zelf ook lust en laat ze niet voetballen, postzegels verzamelen of schaken als jij daar zelf niks aan vindt. Hoe dichter je het bij jezelf houdt, hoe herkenbaarder, hoe meer waarheidsgetrouw en hoe leuker je verhaal is. Dat gaan lezers ook meteen merken. En als je wat meer ervaring hebt, kan je wat research gaan doen over ander soort werk of hobby’s.

3: Zoek veel tips en trics op over schrijven. Wil je weten wat de criteria zijn om je meesterwerk op te sturen naar een uitgever? Typ het in op Google en je krijgt een schat van pagina’s met informatie. Bestel boeken zoals Schrijven Kreng! van Lisette Jonkman of De schrijfbijbel van tenpages.com. Kortom: Zoek dingen op en doe alles wat je er maar mee kan helpen een goede auteur te worden.

4: Maak karakterdossiers en een tijdlijn. 

Dit is iets wat mij enorm geholpen heeft tijdens het opschrijven van mijn verhaal. Heb je een verhaal in je hoofd wat je wil vertellen, maar heb je alleen nog maar een trailer met allemaal losse stukjes in je hoofd en nog geen hele, doorlopende film? Ga er eens goed voor zitten en werk eerst de karakterdossiers uit. Zo’n soort dossier dat leraren vroeger voor je bijhielden, zeg maar. Persoonlijke gegevens, hobby’s, zwakheden, noem maar op. Hoe ziet je personage eruit? Wat is er vroeger met hem/haar gebeurd? Als je dat allemaal weet en opgeschreven hebt, kan je aan de tijdlijn beginnen. Een heel handig, en vooral heel simpel hulpmiddel. Je tekent gewoon een lijn in het midden van je blad en je schrijft er van begin tot eind in grote lijnen wat er allemaal moet gebeuren in het verhaal. Een handige houvast en vooral fijn als je even niet meer weet hoe het verder moet.

5: Denk niet: Ik kan het toch niet/het lukt me toch niet. 

Met die (immers zo vaak gehoorde) smoes moet het eens afgelopen zijn! Oké toegegeven, ik dacht het ook. Maar de droom om écht een verhaal te gaan schrijven werd te groot en op een gegeven moment ben ik er gewoon voor gegaan. Ik heb iemand om hulp gevraagd, ben ervoor gaan zitten en ik ben het gewoon gaan doen. En zo heb ik binnen vier maanden een heel verhaal geschreven, laten proeflezen, herschreven, laten redigeren en opnieuw herschreven. Dus nee, niks ‘ik kan het niet’. Als ik het kan, dan kan jij het ook! Als je het echt graag wilt, dan weet ik echt wel zeker dat het je gaat lukken. Plant mijn tips in een tuintje in je hoofd en laat het groeien tot je eerste, echte verhaal. En ga voor datgene wat je graag wilt!

 

 

Lianne Reijntjes is schrijfster en blogt op liannesletters.nl. Begin dit jaar is ze voor zichzelf begonnen als schrijfcoach en redacteur en organiseert maandelijks schrijfmeetings.

Image result for instagram logo @lianne.loves
Image result for facebook logo facebook.com/liannesletters/


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *