Annette Rijsdam
Kerstmisser
Het enige wat ik mij van die ochtend nog kan herinneren is dat ik helemaal niets dacht of voelde. Ik staarde enkel naar het vanitas tafereel voor me.

‘Ik ga koffiebonen malen.’ Cock, de tuinman die op die bewuste kerstochtend zichzelf tot ober benoemd had, slofte de slaapkamer uit. Daisy, dienstmeid op ieder gebied, vluchtte naar de keuken en ik, in mijn rol als hoofdbutler, verschoof mijn prioriteit naar de arriverende gasten.

 

Elk jaar organiseerde Archibald Fletcher het literaire kerstevenement waar iedere zelf respecterende schrijver bij hoorde te zijn.

‘Een uitnodiging is een ‘must have’ voor zelfbeminnend Nederland,’ oreerde één van de genodigde. Ik denk dat ze “letterminnend” bedoelde, maar verbeterde haar niet. Ze gaf me de kans niet. ‘Ik heb liever niet dat je op mij reageert,’ zei ze verbeten. Ik knikte. Dat haar lippenstift in vegen rond haar mond zat, zei ik ook maar niet. Excentriciteit stond blijkbaar toe dat er buiten de lijnen werd gekleurd.

De gastenlijst was even dubieus als de manier waarop deze werd samengesteld. Twee keer per jaar organiseerde Archibald een schrijfwedstrijd, hijzelf als enig jurylid, vervolgens keek hij hoe de schrijvers van de shortlist zich voortbewogen op social media en dat leidde tot een tiental uitnodigingen.

 

Met trillende handen serveerde ik het voorgerecht. Een entree ‘kraakt of maakt de avond’ zei Archibald altijd, maar nu hadden we een extra uitdaging in hetgeen wat ontbrak. Het gerecht kraakte letterlijk, maar de borden met gefrituurde vogelspinnen werden vol bewondering ontvangen. ‘Een retesterk debuut voor een kerstbanket,’ kwetterde een auteur. Er werd luidruchtig geklapt.

‘I like!’ riep een dame met twee glazen wijn, rood en wit, in haar handen. ‘Als auteur moest je alle opties onderzoeken,’ vertrouwde ze me toe. Ik stapte achteruit om haar boezem te ontwijken.

Het diner vervolgde in een staat van extase. De Zarajos, Gallinejas en Tricandilles werden met smaak verorberd en zelfs de Pene de Buey la Lias werd geprezen. ‘Ik waan me weer in Spanje,’ verzuchtte de zelfbeminnende schrijfster. Ze doelde op Archibalds laatste meesterwerk. Een spannende thriller die ze met “wijd opengesperde” ogen had uitgelezen. Een enkeling applaudisseerde, maar werd daarbij door zijn afzakkende bril gehinderd. Hetgeen een soort kinderlijk klapspel opleverde.

‘Toch moet ik,’ zei hij, zijn bril op zijn neus schuivend, ‘een kleine kanttekening plaatsen bij de totaalbeleving van de subplot met betrekking tot de karakters die feitelijk exterritoriaal het verhaal staan.’ Iedereen was eensgezind. Een ‘bravo’ volgde.

Een man aan het hoofd van de tafel liet een diepe zucht aan zich ontsnappen. Niemand reageerde. Hij mompelde iets dat hij zich niet beter dan de rest voelde, maar dat het niet zijn schuld was dat het niveau hier aan tafel abominabel laag was. Wijsheid kon enkel landen als de bodem bereid tot vruchtbaarheid was. Ik gaf hem gelijk, meer kon ik niet doen. De rondborstige dame schoof een glas wijn naar hem toe.

Hoofdschuddend liep ik naar de keuken. Archibald had mij altijd toevertrouwd dat schrijvers een apart volk waren, en nu snapte ik wat hij bedoelde met ‘ze horen eigenlijk op de kermis thuis.’. Ik wilde er een grapje over maken, maar de stemming in de keuken was alles behalve grappig. Cock keek me met bloeddoorlopen ogen. Die fluimen die zijn mond verlieten, waren voldoende om de saus van eerder aan te lengen.

‘Hoe bedoel je, geen dessert?’ vroeg ik toen ik eindelijk een aantal herkenbare woorden had opgepikt.

‘We hebben geen whiskey,’ antwoordde Cock.

Daisy wees al snikkend met een trillende vinger naar boven.

‘Is er niets anders?’

‘Spiritus?’

‘Zal dat volstaan?’

Cock haalde zijn schouders op. Als het om alcohol ging was hij ervaringsdeskundige. Op Archibald Fletcher na dan. ‘Een beetje kouwe thee erover en niemand proeft het verschil.’

‘Doe maar.’ Het lot van het nagerecht lag in zijn handen. Tot nu toe zat de sfeer er in de huiskamer nog goed in. Iedereen luisterde naar zijn eigen verhaal en roemde de toehoorder.

 

Het kerstdiner was zonder meer een groot succes, maar toen de laatste gast was vertrokken, doemde ons dilemma weer op. Terneergeslagen liepen we terug naar Archibalds slaapkamer.

‘Die whiskey vlekken krijg ik er nooit uit,’ zuchtte Daisy, ‘en die kots ook niet.’

Maar het tapijt was niet mijn grootste zorg.

‘Ik mot die put nog dichtgooien achter,’ begon Cock uiteindelijk. Hij haalde een hand door zijn zweterige lokken. ‘Ik ken hem er eerst ingooien.’

‘En dan?’

‘Dan zeggen we dat ie op reis is gegaan. Je ken moeilijk de jutten bellen om te zeggen dat onze Archi al twee dagen doodgedronken in z’n bed leg. Hij heb net zogenaamd een kerstdiner gegeven.’

 

Op tweede kerstdag ging Archibald op reis voor onbepaalde tijd. ‘Zijn besluit’ werd door iedereen in de media vol lof ontvangen. Een enkeling had het zelfs gemerkt aan hem tijdens het diner, en een uitzondering had het zelfs met hem besproken die avond. Naar zijn nieuwe roman werd reikhalzend uitgekeken.

Op derde kerstdag begon ik aan mijn grootste uitdaging; “de nieuwe Fletcher”, een literaire roman over een man die op reis ging. Zo moeilijk kon het toch niet zijn?

 

 

 

 

 
Reageer
Cora
27/12/2018 at 17:40
Reply

O dit is weer genieten. Fantaseren, associëren tot ik iedereen denk te herkennen. Grijns!



Lauke
26/12/2018 at 13:36
Reply

Heel byzonder verhaal, echt voor de kerst toepasselijk.



Nancy
26/12/2018 at 11:21
Reply

Oef!😉



Anonymous
25/12/2018 at 21:42
Reply

Welhaast perfecte persiflage met het risico dat het niet als zodanig wordt herkend. 😉



Mechtilde
24/12/2018 at 23:14
Reply

Hé, en die zet je er vanavond gewoon even stiekem op? Wat een geluk dat ik nog even keek. Prachtig verhaal van slimmeriken en ijdeltuiten.



    Annette
    25/12/2018 at 19:53
    Reply

    Dank je wel Mechtilde!

    Anneke
    25/12/2018 at 11:57
    Reply

    Haha, erg he! Geniaal verhaal, erg toepasselijk aangezien wij zelf ook aan een groot diner zaten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *